Vraag 7: Hoe kan ik zin geven aan mijn bestaan en tegelijkertijd onthecht zijn van ideeën over waarom en waartoe ik leef?
Op 25 januari stond met 51 procent van de stemmen de onderstaande vraag met kop en schouders bovenaan. Hierbij het antwoord van cybermonnik Maurice Knegtel:
De vraag was:
Hoe kan ik zin geven aan mijn bestaan en tegelijkertijd onthecht zijn van ideeën over waarom en waartoe ik leef?
Het antwoord:
Als ik zin geef aan mijn bestaan, geef ik een antwoord op de vragen waarom ik hier ben en wat ik in mijn leven heb te doen. Ik beantwoord deze levensvragen door erover na te denken. De antwoorden die ik vind, zijn mijn ideeën over het waarom en waartoe ik mijn leven leid. Wanneer ik voor mezelf bepaal dat deze ideeën ‘waar’ zijn, heb ik iets om me aan vast te houden. Vanaf dat moment, ben ik gehecht aan ‘de waarheid’ omtrent mijn bestaan en ben ik niet in staat om te zien dat die waarheid slechts een idee is.
Er is een prachtig verhaal van de Chinese zen meester Xiangyan Zhixian (overleden in 898). Hij zei tegen zijn leerlingen dat de menselijke conditie is te vergelijken met een man die in een boom hangt. Zijn handen vinden nergens houvast en zijn voeten zoeken tevergeefs naar grond om op te steunen, maar met zijn kaken heeft hij zich stevig vastgebeten in een tak. En daar hangt hij dan, zeven meter boven de grond, als de gevangene van een door hemzelf gecreëerde situatie. Meester Xiangyan schets een treffend beeld van de condition humaine. Onze handen kunnen niets vastgrijpen, het leven glipt elk moment door onze klampende handen heen. Onze voeten vinden geen grond, we hebben werkelijk geen enkele zekerheid. Maar met onze kaken hebben we ons vastgebeten in het enige waarin we ons kunnen vastbijten: onze ideeën, standpunten en zienswijzen. En daar hangen we dan, gekluisterd aan de antwoorden die we hebben geformuleerd op onze vragen naar het wie, het wat, het waarom en waartoe. Nu komt er onder die boom een vrijpostige kerel staan, zo vervolgt meester Xiangyan zijn verhaal, en die man vraagt aan de arme stakker die daar zeven meter boven de grond aan de tak bungelt: ‘Waar gaat het in je leven om? Ik hoef niet van je te horen wat er erover denkt, wat je ervan vindt, wat je menig is over je bestaan, of wat je van anderen daarover hebt gehoord of in boeken hebt gelezen; wat is nu jouw authentieke antwoord op de vraag waar het in je leven om draait.’ Wat zal de man doen? Als hij niet antwoordt, dan gaat hij voorbij aan een van de meest wezenlijke vragen die je in een mensenleven kunt stellen. Maar als hij antwoordt, dan is het te hopen dat de polis van zijn zorgverzekeraar de gevolgen van zijn onbesuisde daad dekt.
Feitelijk geeft de man in de boom geen antwoord. Hij laat juist elk door hem gegeven antwoord los zodra hij zijn mond opent. Hij drukt ten diepste uit waar het in zijn leven om gaat. Dit is niet iets wat je bedenkt. Dit is wat je bent.
Om te ontdekken wat je bent, waarom en waartoe je bent, is het beter geen zin te geven aan je leven, maar een houding van ontvankelijkheid te ontwikkelen. Deze kun je ontwikkelen door bij een zijnsvraag te verwijlen. Zowel in je meditatie, als in je dagelijkse activiteiten, zou je de vraag die de meest wezenlijke is van je bestaan, voor jezelf kunnen stellen op je uitademing, waarbij je in het uitademen de vraag laat zakken van het hoofdkwartier, waar de werkelijkheid wordt gecontroleerd, naar de onderbuik, de werkvloer, waar de werkelijkheid werkt. In dit steeds opnieuw stellen van je levensvraag op je hele uitademing, zakt de vraag letterlijk in je lichaam en wordt je lichaam een levende vraag, een levensvraag. Natuurlijk zullen er in dit proces antwoorden opkomen, maar die antwoorden zijn niet meer dan ideeën die in mijn denken over de vraag opborrelen. Het is de grote kunst in het werken met een levensvraag, om je niet aan die ideeën vast te houden, er niet in mee te gaan, maar ze te laten opwellen, ze te zien voor wat ze zijn en ze weer te laten gaan. Zo maak je je ontvankelijk voor de zin van je bestaan, terwijl je onthecht blijft van je ideeën over waarom en waartoe je leeft.
Op een gegeven moment ‘weet’ je het. Dit is geen antwoord, maar een inzicht. Je beantwoordt je levensvraag niet, je ziet wat je bent. Dit zien is een onmiddellijk ervaren, dat voorafgaat aan de verstandelijke reflectie en niet door woorden is bepaald. Je weet waarom je hier bent. Je weet wat je hier hebt te doen. Ineens zie je het. Dit weten kun je echter niet vasthouden. Er is helemaal niets waaraan je je kunt vasthouden, behalve aan een idee. En dit weten is niet bedacht. Je kunt je er ook niet op beroepen, het biedt geen grond. Maar het werkt transformerend, het geeft richting aan je leven en verwezenlijkt wat je ten diepste bent.
Antwoord naar Boeddha
Datum: 15-4-2012
Auteur: Ananda
Quote
Nu naar Boeddha, waarom sterft de mens waarom ziekte en dood, wat is de oorzaak van dit lijden? Nu hij ging mediteren werdt een bedelmonnik. Een bhikku, het bos in niet meer eten, niet meer wassen, en dacht toen na zijn verlichting wat nu? Ik heb niet gegeten niet mij gewassen, daar baseerde u zich op bij het loslaten de vraag van Marie. Dat is het begin de geschiedenis van het Boeddhaschap van Boeddha. Dit wordt dan aangehaald, maar het antwoord op de zin van het leven moet zijn loskomen uit de cyclus van geboorte en dood. Tenminste op een Boeddhistische site.Ananda Malik.
|
8-2-2008 Robert
Op de kop - Quote
Volgens mij heeft CyberMaurice de spijker op de kop geslagen, op een mooie en heldere manier.
|
niets
Datum: 6-2-2008
Auteur: marianne
Quote
En wat ben je dan ten diepste,niets?
|
6-2-2008 Erik Volkers
Prachtig! - Quote
Een prachtig antwoord! Het lijkt wel poezie!
|