Vraag 22: Hoe kan ik me veilig en geborgen voelen in een wereld vol van onveiligheid, verandering en vergankelijkheid?
Op 20 april stond met 57 procent van de stemmen één vraag met grote voorsprong op de eerste plaats van de cybermonnik-poll. Heeft u zelf een vraag aan de cybermonnik? Stel hem dan hier.
De vraag was: Hoe kan ik me veilig en geborgen voelen in een wereld vol van onveiligheid, verandering en vergankelijkheid?
Het antwoord van de cybermonnik van deze maand, Maurice Knegtel:
Deze vraag ligt aan de basis van het boeddhistische onderricht en ze raakt het hart ervan. Ze was, in minder subtiele bewoordingen, de vraag van de historische Boeddha Gautama zelf: hoe bevrijd ik me van mijn lijden aan de vergankelijkheid? De vraag komt voort uit een al te menselijk terugdeinzen voor de feitelijkheid van ons bestaan. Mensen overkomen de meest verschrikkelijke dingen en ze overkomen de meest verschrikkelijke dingen keer op keer. Dit is een feit en het is een feit waar ik niet aan wil. Ik wil af van een leven vol van onveiligheid, verandering en vergankelijkheid. De weg van de Boeddha is exemplarisch voor de weg van de mens, in zijn verhouden tot zijn voortdurend verglijdende bestaan.
Zes taaie jaren trachtte de Boeddha een uitweg te vinden uit zijn vergankelijke leven. Hij bekwaamde zich beslist en op meesterlijke wijze in talloze technieken die hem zouden moeten helpen aan de feitelijkheid van zijn bestaan te ontsnappen. Tevergeefs. De eindigheid van zijn leven haalde hem bijna in, toen hij uitgeput aan de oever van de rivier bij Gaya moest vaststellen dat hij had gefaald en dat hij, als hij zo zou doorgaan, het niet eens zou kunnen navertellen. Bekaf, murw en zonder hoop ging hij zitten onder een oude ficusboom. Daar zat hij voor zeven dagen en zes nachten in aanwezigheid van zijn naakte bestaan. In de zevende nacht realiseerde hij zich diepgaand: dit, mijn leven, is niets dan tijdelijkheid. Het is niet eens vergankelijk te noemen, want er is niets substantieels te vinden dat zou kunnen vergaan. Dit leven is tijdelijkheid. Het onophoudelijk rijzen en weer verdwijnen van gedachten, emoties, geluiden, geuren, visuele waarnemingen, gewaarwordingen, intenties, intuïtie, ademtochten. Niets blijft. Alles is in een permanente flux. Alles is volstrekt ongrijpbaar. Pas na zeven dagen en zes nachten kon de Boeddha voor zichzelf bevestigen: ja, zo is het, dit is mijn leven. Mijn leven is niets dan verandering en tijdelijkheid.
De vraag hoe ik me in dit tijdelijke bestaan veilig en geborgen kan voelen, is een vraag naar vertrouwen. Vertrouw ik mijn leven, zoals het is, een leven waarin de meest verschrikkelijke dingen gebeuren en blijven gebeuren? Dit vertrouwen wordt ontsloten in de mate waarin ik mijn streven om ergens vanaf te komen en mijn hoop, dat het door een spiritueel pad te bewandelen beter zal worden dan wat het is, laat varen. Dit is een slijtageslag die te vergelijken is met metaalmoeheid. Door voortdurend te belasten - te streven en te hopen - en te ontlasten - los te laten en op te geven - breekt er op een niet door mij te bepalen moment iets af. Er is dan een illusie minder en een beetje meer vertrouwen in het feit dat het zo is, en niet anders.
Uiteindelijk vind ik de veiligheid en geborgenheid in de realisatie dat er in het onophoudelijke rijzen en verdwijnen van gedachten, emoties, geluiden, geuren, visuele waarnemingen, intenties en ademtochten, iets is dat niet stuk kan. De Boeddha noemde dit ‘het doodloze’ en ‘het ongeborene’. Dit ongeborene en doodloze beweegt me op en neer en van de ene kant naar de andere. Het beweegt me in een wereld vol van onveiligheid, verandering en vergankelijkheid. Pas als ik zonder hoop ben en zonder uitweg, en nergens meer vanaf wil komen, word ik bewogen door dit ongeborene. Niet zonder angst, pijn en tranen. Maar in een vertrouwen dat op niets is gebaseerd.
nu
Datum: 26-5-2010
Auteur: teus
Quote
als we moment na moment in aandacht in het nu leven, ervaren we dat er altijd verandering is, je hoeft er niets voor te doen. vergankelijkheid is natuur, hier hebben we ook geen grip op. gebrek aan veiligheid kan voorkomen uit angstbeelden en gedachten gevormd en aangewakkerd door de omgeving. als deze gevoelens komen, ga dan naar de ademhaling, welke sensaties voel je? heb je veel gedachten? geeft het de aandacht is het echt onveilig of is het een idee? bij acuut gevaar met het fysieke lichaam vluchten.
|